De LVR-APX bewaart een archeologische vindplaats van Europees belang. Doorlopende opgravingen en diverse onderzoeksprojecten maken Xanten tot een belangrijke locatie voor Romeinse archeologie.
Het Archeologisch Park is daarom een locatie voor een breed scala aan onderzoeksprojecten. De onderzoekers op de vindplaats werken nauw samen met universiteiten, musea en andere onderzoeksinstellingen.
Het Institut für Klassische Archäologie der Universität Hamburg voert sinds 2013 geofysisch onderzoek uit met behulp van geomagnetisme en grondradar op het terrein van Colonia Ulpia Traiana. De resultaten werden geanalyseerd in het kader van een proefschrift.
Bewerkt door: Dr. Jutta Meurers-Balke, Michael Herchenbach, Dr. Tanja Zerl
Dr. Dr. h.c. Karl-Heinz Knörzer heeft sinds 1964 bodemmonsters afkomstig van de opgravingen van Colonia Ulpia Traiana archeobotanisch onderzocht. Hij presenteerde zijn resultaten in 1981 in een monografie in deel 11 van de Archaeo-Physika-reeks. Sindsdien is de database door Karl-Heinz Knörzer en het werk van het Kölner Labor für Archäobotanik aanzienlijk uitgebreid. Dit heeft een groot aantal nieuwe inzichten opgeleverd, waarvan slechts een klein deel in afzonderlijke publicaties is behandeld. De afgelopen jaren heeft het Kölner Labor alle beschikbare archeobotanische gegevens van CUT, naast de identificatie van vruchten en zaden, ook de resultaten van de pollenanalyse herzien en opnieuw geëvalueerd. De actuele analyse van de landschaps- en landbouwgeschiedenis is niet alleen gebaseerd op archeobotanische vondsten en bewijsmateriaal, maar omvat ook oude schriftelijke bronnen; encyclopedieën, landbouwkundige geschriften, farmacologische literatuur, receptenverzamelingen, die uitspraken over het gebruik van planten in de oudheid mogelijk maken en zo ons beeld van de Romeinse flora, ook aan de Nederrijn, verrijken.
De in 2015 geopende Romeinse handwerkershuizen geven een indruk van de typische woon- en werkomstandigheden van de eenvoudige stedelingen. De dragende muren zijn gemaakt van massief stampleem. De reconstructie van de huizen stelde bouwkundigen, naast het wetenschappelijk onderzoek naar de oorspronkelijke architectuur, voor bijzondere uitdagingen, omdat de technische en praktische kennis van oude stampleembouwtechnieken in Europa tegenwoordig grotendeels verloren is gegaan. Wat kwam er bij de bouw van een huis kijken, hoeveel tijd namen de verschillende stappen tijdens de bouw in beslag en hoeveel onderhoud vereisen de uit stampleem opgetrokken bouwwerken in het kader van hun (museale) benutting?
De gereconstrueerde Herbergsthermen in het APX waren van 1989 tot 2005 in bedrijf. Sindsdien worden ze niet meer verwarmd omdat rookgassen in de badruimtes binnendringen. Werd de installatie verkeerd gereconstrueerd, verkeerd bediend, of kenden de Romeinen al soortgelijke problemen? In samenwerking met het Institute for Sound and Vibration Engineering van de FH Düsseldorf is een zeer gedetailleerd computermodel van het thermencomplex met behulp van aerodynamica geanalyseerd. Een groot deel van de bekende bouwschade kan nu door het model worden verklaard en de bijbehorende structurele aanpassingen worden momenteel met de archeologische resten van de opgraving in Xanten en detailoplossingen van andere opgravingen vergeleken. Tegelijkertijd ontwikkelt het Institut für Ziegelforschung in Essen een nieuwe formule voor de dekvloer met een lagere uitzettingscoëfficiënt.
Gelieerd aan de publicatie van de resultaten van het onderzoek op de Capitoolsinsula door opgraver Dr. Gundolf Precht (Xantener Berichte 25), bereidt B. Liesen een evaluatie en publicatie voor van het omvangrijke vondstmateriaal uit de opgravingen die tussen 1994 en 1998 zijn uitgevoerd. Het opgravingsgebied bezit een complexe stratigrafie met verschillende bouwfasen die teruggaan tot de eerste drie decennia van de 1e eeuw, en was vanaf de regeerperiode van Hadrianus de locatie van het Capitool. Doel van de vondstverwerking is om de bouwresten te dateren, de functie van de verschillende vroeg-keizerlijke gebouwen en de sociale structuur van hun bewoners te onderzoeken, evenals de economische relaties van de pre-colonia nederzetting. Naast woonbebouwing werden op de locatie ook sporen van ambachtelijke activiteiten gevonden.
Gefinancierd door het Ministerium für Städtebau und Wohnen, Kultur und Sport des Landes Nordrhein-Westfalen.
De in 2006 uitgevoerde grondradaronderzoeken ten noordoosten van de grote thermen suggereerden de aanwezigheid van een 20 meter breed bouwwerk en een lineaire, noord-zuid georiënteerde structuur, waarschijnlijk een weg, in het gebied van Insula 17. Om meer duidelijkheid te krijgen werd het terrein opgegraven. Aanvankelijk werd een gebouw met een kanaalverwarmingssysteem, gebouwd rond het midden van de 3e eeuw, blootgelegd. Na het verwijderen van de bouwconstructies werden uitgebreide mortel- en puinhorizons vrijgelegd, die vermoedelijk tijdens de bouwwerkzaamheden aan de grote thermen waren ontstaan. Ook werd een gebouw met een kanaalverwarmingssysteem, mogelijk opgericht tijdens de werkzaamheden aan de grote thermen, blootgelegd. Onder deze sporen werd een deel van de meest recente pre-colonia limesweg ontdekt, die het kamp Vetera Castra I op de Fürstenberg bij Xanten verbond met het kamp in Burginatium (Kalkar).
Het onderzoeksproject beoogt de nederzettingsgeschiedenis in het opgegraven deel van het terrein te verhelderen door de vondsten en de bevindingen te analyseren en te evalueren in de context van stedelijke ontwikkeling.
Educatieve opgraving door het Archäologisches Institut der Universität zu Köln
Redactie: Prof. Dr. Eckhard Deschler-Erb, Archäologie der Römischen Provinzen, Archäologisches Institut der Universität zu Köln.
Sinds 2016 biedt het Archäologisches Institut der Universität zu Köln haar studenten de mogelijkheid om alle aspecten van moderne opgravingsmethoden te leren kennen door middel van jaarlijkse onderzoekscampagnes in het APX. Hoofddoel is het onderzoek naar een meerdere bouwfasen tellend, groot bouwwerk op Insula 22, waartoe o.a. een uitgebreid ontworpen entreegebied met een waterbassin omvat. Onder deze constructie bevinden zich grondkuilen die rijk zijn aan materiaal uit de pre-colonia periode.
Om nieuwe methoden te ontwikkelen voor de volledige driedimensionale registratie van een archeologische opgraving en om oude dierlijke en plantaardige resten te betrekken bij de beoordeling en interpretatie, werkt het Archäologisches Institut der Universität zu Köln samen met de Technische Hochschule Köln (Institut für Baubetrieb und Vermessung en het Institut für Informatik) en met de Integrative Prähistorische und Naturwissenschaftliche Archäologie (IPNA) van de Universität Basel/CH.
Redactie: Dr. Martin Müller, Dr. Elisabeth Krieger, Prof. Dr. Renate Thomas, PD Dr. Werner Oenbrink
De focus van dit onderzoek ligt op de actualisering van de vondsten en de resultaten van de opgravingen onder leiding van Prof. Dr. Harald von Petrikovits in 1934/35 en de opgravingen van het APX van 2010 en 2018. De opgravingen in de jaren ‘30 brachten vrijwel het gehele amfitheater aan het licht; bovendien werden de Romeinse lift en zijn goed bewaarde houtconstructies onderzocht. Doel is om de resultaten van het onderzoek en de vondsten van deze opgravingen te presenteren op basis van de onvolledige documentatie van de vroegere opgravingen. De architectonische versieringen en de muurschilderingen op de binnenwand van de arena worden separaat onderzocht.
De Romeinse muurschilderingen uit het stedelijk gebied van Colonia Ulpia Traiana. Vondsten uit openbare gebouwen
Redactie: Elisabeth Hähner, Dr. Brita Jansen, Dr. Michael Zelle
Aansluitend op de publicatie van de muurschilderingen uit particuliere gebouwen (Xantener Berichte 11) bereiden de auteurs de publicatie voor van Romeinse muurschilderingen uit de openbare gebouwen van Colonia Ulpia Traiana. Binnen het onderzoek staan vragen over het algehele kwaliteitsniveau van de openbare gebouwen en de vergelijkingen ervan met andere stedelijke centra, de verbanden met andere werkplaatsen en het expliceren van chronologische ontwikkelingen centraal.
Het werk is momenteel in voorbereiding voor publicatie en zal worden gepubliceerd in de Xantener Berichte.
Doel van het project is het actualiseren en publiceren van de resultaten en vondsten van de opgravingen in de zogenaamde grote thermen. Het Romeinse stedelijke badhuis op Insula 10 van Colonia Ulpia Traiana werd reeds in 1879 ontdekt. Na de eerste opgravingen in de 19e eeuw en grootschalig onderzoek tussen 1957 en 1963 vonden vanaf 1984, met tussenpozen, tot 2008 verdere uitgebreide opgravingen plaats. Sindsdien wordt de thermeninsula zowel archeologisch als bouwhistorisch beschouwd als het best bestudeerde gebied van de gehele Colonia. De publicatie is in voorbereiding.
Christoph Eger bereidt een publicatie voor over het Romeins bronzen vaatwerk uit Xanten en omgeving op basis van het voorbereidend werk van Dr. Hans-Joachim Schalles. Met de vondsten uit de opgravingen uit de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana, met name de vondsten uit de grindwinputten in het gebied van de oude Rijnloop bij Xanten, beschikt het APX over de meest omvangrijke collectie Romeins bronzen vaatwerk in de regio. De publicatie zal uit twee delen bestaan: in de vondstencatalogus worden de afzonderlijke bronzen objecten en hun vondstcontext gedetailleerd beschreven, daarnaast wordt elk bronzen object gedocumenteerd. In het evaluerende deel volgt een typologische en chronologische analyse.
Doel van het project is om alle resultaten over het forumkwartier (Insula 25) van Colonia Ulpia Traiana te presenteren. Dit centraal gelegen deel van de stad bezit een rijke stratigrafie, de oudste vondsten wijzen op een begraafplaats uit de ijzertijd. Daarboven liggen verschillende pre-colonia, waarschijnlijk reeds uit de laat- Augusteïsche periode stammende, houtbouwfasen met gebouwen waarvan de functie onduidelijk is, en meerdere waterputten. De meeste opgravingen uit de 20e eeuw waren echter gefocust op het gericht blootleggen van de fundamentresten en uitbraaksleuven van het forum uit de tweede eeuw. Het onderzoek belooft inzicht te bieden in de verschillende bouwfasen van het forum en zijn relatie met de omliggende stedelijke bebouwing. Ook zal een mogelijk laat-Romeinse functie van het complex worden onderzocht.
Een aanvullende evaluatie van de vondsten uit de opgravingen van het forum werd uitgevoerd door Dr. Regina Franke.
Redactie: Prof. Dr. Renate Gerlach, Dr. Jutta Meurers-Balke, Michael Herchenbach, Sabine Leih M.A.
In het kader van het Rhein-Limes-Projekt van het LVR-Amtes für Bodendenkmalpflege im Rheinland werd, in samenwerking met het APX, ook het uit de haven van CUT aanwezige databestand uit 150 slagkernmonsters met 86 pollen- en 50 macrorestenmonsters, alsook meerdere opgravingssleuven met archeobotanische vondsten, opnieuw beoordeeld. Op basis van de nieuwe analyses werd duidelijk dat in Xanten – net als bij alle andere havenlocaties aan de Nederrijn – uitsluitend aan de buitenbocht van de hoofdvaargeul van de Rijn constant voldoende waterpeil voor permanente havenfaciliteiten aanwezig was. Oevererosie is bij dergelijke oeverwallen vrijwel onvermijdelijk; ook de havengeul van Xanten werd herhaaldelijk hierdoor getroffen. De oevererosie werd aangepakt door de bouw van oeverbeschermings-constructies. Een dergelijke constructie, bestaande uit palen, stokken, gevlochten takken en lagen afval, kon worden gereconstrueerd op basis van de archeologische, geo-archeologische en archeobotanische vondsten van de havenopgraving in 1993. Graszoden (caespites), afkomstig van natte (hellende) oevers, werden gebruikt als "zinkgrond" voor de fascines van twijgen en takken. De resultaten werden in SPP 1630 verder vervolgd en konden met behulp van andere havenlocaties worden verfijnd.
Tot nu toe zijn zes kalkstenen vijzels ontdekt in de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana. De vijzels werden gebruikt voor de voedselbereiding of voor het vermalen van pigmenten in de schilderswerkplaatsen. Een toepassing voor pigmenten wordt met name vermoed voor een vijzel die in 1991 werd gevonden nabij de Haventempel, omdat deze in de directe nabijheid van een schilderswerkplaats lag. De stenen wrijfschalen van de Colonia Ulpia Traiana zullen samen met materiaalanalyses, uitgevoerd aan de Universität Würzburg, worden gepresenteerd en typologisch worden vergeleken met andere exemplaren uit de noordwestelijke provincies. Voor de exemplaren uit de Colonia Ulpia Traiana en Germania Inferior is het belangrijk om te onderzoeken of er vergelijkbare trends kunnen worden waargenomen als in Richborough (GB), waar de handel in kalkstenen vijzels slechts een bijproduct was naast van de levering van bouwmateriaal uit de steengroeven.
Tussen 2017 en 2020 vonden er opgravingen plaats op Insula 13, op het terrein van een Gallo-Romeinse omgangstempel. Het project richt zich op de gedetailleerde analyse van de opgravingsresultaten. In een interdisciplinair samenwerkingsverband tussen archeologie, archeobotanie en archeozoölogie worden de kuilresten onderzocht, met name op hun betekenis voor cultische gebruiken tijdens de Romeinse keizertijd. Andere bijdragen van vak- experts behandelen het architectonisch materiaal (Dr. Werner Oenbrink) en de muurschilderingen (Prof. Dr. Renate Thomas).